Handwerkles

Granny poncho.

Deze poncho heet de Granny poncho omdat hij gehaakt wordt met groepjes van 3 stokjes, net als de traditionele Granny square.

Granny poncho

Dit haakpatroon kun je haken met ieder soort garen en bijpassende haaknaald. Hoe dunner het materiaal en haaknaald, hoe meer steken je moet maken.

Maak een ketting van lossen (een veelvoud van 8) en sluit de ring met een halve vaste. De ring moet makkelijk over het hoofd passen, liever iets meer richting schouders dan in de buurt van de nek. Het aantal lossen is dus afhankelijk van welk materiaal en haaknaald je gebruikt en van de maat die het moet worden. Let op dat de ketting niet gedraaid zit!

Haak nu 3 lossen (dit is het eerste stokje) en in de volgende 2 steken een stokje. Haak dan 1 losse en sla 1 steek over. Haak dan 3 stokjes in de volgende 3 steken, 1 losse, 1 steek over slaan. Ga zo door tot je bij het begin bent aangekomen en sluit de toer met een halve vaste in de derde losse. Let weer goed op dat het niet gedraaid zit.

Deel jouw aantal beginlossen door 4. Pak 2 steken markeerders of draadjes in een andere kleur. Tel nu dat aantal lossen verder en markeer de steek. Tel dan 2 keer dat aantal verder en markeer de steek. Je hebt dus nu 2 steken gemarkeerd, 1 op ¼ en 1 op ¾. Dit zijn de 2 plaatsen waar we steken gaan meerderen en dit worden de punten van de poncho. De gemarkeerde steken zijn lossen waar geen stokje in zit.

Ga met halve vasten naar de eerst volgende 1 losse ruimte. Maak 3 lossen (is het eerste stokje) en 2 stokjes. Haak 1 losse. Haak 3 stokjes in de volgende 1 losse ruimte. Blijf dit herhalen.

Op de plaatsen die gemarkeerd zijn gaan we meerderen. Haak in die ruimtes 3 stokjes, 1 losse, 3 stokjes. In alle andere ruimtes dus alleen 3 stokjes en steeds 1 losse er tussen. De toeren sluiten met een halve vaste.

Je kunt de poncho zo lang maken als je wilt. Je kunt eventueel toeren met vasten er tussendoor doen (zie foto bovenaan dit artikel). Vergeet niet dat je in de punten wel moet blijven meerderen. Uitleg over hoe je dit kunt doen zie je verderop in dit artikel.

Je kunt ook een nieuwe draad aanhechten in de hals en er nog een randje of een col haken. De onderrand kun je eventueel extra versieren met kwastjes.

Toeren met vasten toevoegen.

Je kunt ook toeren met alleen maar vasten toevoegen voor een leuk effect. Hecht de draad, na je laatste toer met stokjes, helemaal af. Hecht een nieuwe draad aan, het maakt niet uit op welke plek. Haak in iedere steek een vaste, dus in ieder stokje en in iedere losse (1 losse ruimte). In de punten waar je moet meerderen haak je 3 vasten.

In de toeren daarna haak je 1 vaste in iedere steek. In de punten haak je 3 vasten (in de middelste van de 3 vasten van de vorige toer).

Wanneer je weer groepjes van stokjes wilt gaan maken moet je de vasten tellen. Je hebt nu weer een veelvoud van 8 steken nodig, dus haak meer toeren als dat nodig is om weer op een veelvoud van 8 te komen. Per toer komen er 4 steken bij.

Hecht de draad af. Hecht de nieuwe draad aan in de middelste steek in een punt of een veelvoud van 4 daarvoor of daarna. Haak 3 lossen (= het eerste stokje) en nog 2 stokjes in de zelfde steek. Haak 1 losse. Sla 3 vasten over en haak 3 stokjes in de volgende steek. Haak op deze manier weer verder met groepjes van 3 stokjes, 1 losse.

Deze website maakt gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op de harde schijf van uw computer wordt opgeslagen.¬†
Als u kiest voor "Ok" gaat u akkoord met het gebruik van cookies op deze website.