Handwerkles

Zoeken

Advertentie

Haken om een kraal.

Haken om een kraal

 Materiaal:

Kraal. Ik gebruik houten kralen met een doorsnede van 20, 25 en 30 mm. Maar je kunt iedere maat gebruiken.

Garen en bijpassende haaknaald. Ik ga de techniek zo uitleggen dat je dit kunt doen met ieder soort garen, dik of dun maakt niet uit. Ik zou wel willen aanraden om voor kleine kralen dunner garen te gebruiken dan voor grote kralen. Met dikker garen ben je sneller klaar maar dat is niet altijd mooi.

Stekenmarkeerder / draadje / veiligheidsspeld voor het markeren van het begin van de toer.

Naald met stompe punt voor het afhechten van de begin- en einddraad.

 

Algemene werkwijze:

Haak in spiraal. Maar eerst een plat rondje, zo groot als de doorsnede van de kraal. Dan haak je een aantal toeren 1 vaste in iedere vaste. Het haakwerk gaat nu omhoog. Doe af en toe de kraal in het haakwerk om te controleren of je de juiste hoogte hebt bereikt. Dan ga je minderen, op dezelfde manier als je hebt gemeerderd toen je het beginrondje maakte. Dit zal ik in het basispatroon verder uitleggen. Ik vind het persoonlijk het mooiste om de techniek onzichtbaar minderen te gebruiken maar je kunt ook op de reguliere manier steken samen haken.

Basispatroon:

Start bij voorkeur met een magische lus / Magic loop. Maar je kunt ook starten met 2 lossen. Haak dan alle vasten van toer 1 in de eerste losse.

Toer 1: Haak 6 vasten in de lus.

Toer 2: Haak 2 vasten in iedere vaste. Aan het einde van deze toer heb je 12 vasten.

Toer 3: Haak 1 vaste in de eerste steek, 2 vasten in de volgende steek. Dan weer 1 vaste in de volgende steek, 2 vasten in de volgende steek. Blijf dit herhalen. Er komen in totaal 6 vasten bij in deze toer dus je eindigt met 18 vasten.

Toer 4: Haak 1 vaste in de eerste 2 steken, 2 vasten in de volgende steek. Dan weer 1 vaste in de volgende 2 steken, 2 vasten in de volgende steek. Blijf dit herhalen. Er komen in totaal 6 vasten bij in deze toer dus je eindigt met 24 vaste.

Op deze manier kun je de cirkel steeds groter maken. Meet jouw kraal en je haakwerk en maak toeren tot ze even breed zijn. Je kunt stoppen na iedere toer. Hoeveel toeren je moet maken is afhankelijk van de maat van de kraal, de dikte van het garen, de maat van de haaknaald en hoe los of strak je haakt.

Hecht de begindraad af. Als je begonnen bent met een magische lus / Magic loop, trek dan de draadlus goed strak aan voor je ‘m gaat afhechten.

Vanaf nu haak je steeds 1 vaste in iedere vaste. Haak steeds hele toeren. Dus als je de cirkel bent geëindigd met 24 vasten dan haak je nu steeds toeren van 24 vasten. Stop na een aantal toeren de kraal even in het haakwerk om te kijken hoe ver je bent. Haak toeren tot je de juiste hoogte hebt bereikt. Je kunt goed zien waar de kraal weer kleiner wordt, dat is het punt waar je stopt. De volgende toeren moet je steken minderen om het haakwerk weer kleiner te maken. Haak verder met de kraal in het haakwerk, dat is even oefenen maar op zich wel goed te doen.

Nu ga je hetzelfde doen als je gedaan hebt bij de begincirkel maar dan omgekeerd. Toen kwamen er steeds 6 steken bij, nu gaan we er steeds 6 steken af halen. Stel dat jouw laatste toer van de begincirkel was: 2 keer 1 vaste, 1 keer 2 vasten, blijven herhalen, eindig met 24 vasten. Dan doe je nu 2 keer 1 vaste, 2 vasten samen haken, blijven herhalen. Je eindigt met 18 vasten, je mindert dus 6 steken.

In de volgende toer haak je 1 vaste op de eerste steek, 2 vasten samen haken. Blijven herhalen. Je mindert weer 6 steken en eindigt met 12 vasten.

In de laatste toer haak je steeds 2 steken samen. Je eindigt met 6 vasten.

Knip de draad af op zo’n 15 cm vanaf de haaknaald en trek de draad door. Leg de haaknaald weg en gebruik de naald met stompe punt om de bovenkant te sluiten. Steek steeds door het buitenste lusje van iedere steek, dus in dit geval door 6 lusjes. Trek stevig aan. Hecht de draad af door een aantal keren door de binnenkant van het haakwerk heen en weer te steken, langs de kraal. Knip de draad af. Klaar!

Variaties op het basispatroon.

Soms kan het zijn dat je merkt dat je net niet helemaal lekker uit komt. Bijvoorbeeld: Een cirkel van 18 vasten is net te klein maar een cirkel van 24 vasten is duidelijk te groot. Dan kun je er voor kiezen om een begincirkel te maken met een start van 7 vasten. Dan 2 vasten in iedere steek (14 vasten). Dan 1 x 1, 1 x 2 vasten (21 vasten). Enzovoorts. Er komen dus iedere toer 7 steken bij. Verder werkt alles precies hetzelfde als bij het basispatroon.

Je zou dit zelfs ook met een cirkel van 8 steken kunnen doen.

Wanneer je wat doet is ook weer afhankelijk van jouw manier van haken en het materiaal dat je gebruikt. Het is echt een kwestie van uitproberen.

 

Succes en heel veel plezier met haken!